De
De Duitstalige Gemeenschap beschikt over politieke autonomie in het kader van haar gemeenschapsbevoegdheden.
Ze is bevoegd voor persoonsgebonden aangelegenheden (gezondheidszorg in en buiten de gezondheidsinstellingen, gezondheidspreventie en bijstand aan bepaalde categorieën van personen: gehandicapten, immigranten, jeugdbescherming), culturele aangelegenheden (bescherming en promotie van de taal, schone kunsten, cultureel erfgoed, media, bibliotheken, toerisme, jeugdbeleid en permanente opleiding, sport en vrijetijdsbesteding) en onderwijs.
Bovendien kreeg ze de volgende bevoegdheden overgedragen vanuit het Waalse Gewest: de bescherming van monumenten en landschappen, het werkgelegenheidsbeleid, het administratieve toezicht op de 9 Duitstalige gemeenten en hun politiezones, de algemene financiering van de gemeenten, begrafenissen en begraafplaatsen, de kerkfabrieken, de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten, energie, huisvesting en ruimtelijke ordening.
